Nieuwsbrief 3 – nov 2009


1-G4-bundelen-kennis

‘Officieel is de aanvraag nog niet gehonoreerd door ZonMw, maar het moet toch wel héél gek lopen, wil dat niet gebeuren,’ zegt Arnoud Verhoeff, hoofd van het cluster Epidemiologie, Documentatie en Gezondheidsbevordering van de GGD, na maanden van overleg, planning en fine-tuning. Onderwerp: academisering van de openbare geestelijke gezondheidszorg. Uitkomst: de Academische Werkplaats OGGZ-G4, een unieke samenwerking van de GGD’en van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en hun wetenschappelijke partners.

Baanbrekend
‘Aan de samenwerking zijn drie onderzoeksprojecten gekoppeld,’ zegt Verhoeff. ‘De eerste gaat over alleenstaande mannen in langdurige uitkeringssituaties en de vraag: hoe voorkom je dat zij in de maatschappelijke opvang terechtkomen door bijvoorbeeld problemen als eenzaamheid, alcohol, schulden en dergelijke.’

‘Het tweede gaat over de signalering achter de voordeur: vangnetachtige projecten van bijvoorbeeld GGD’en, woningcorporaties, sociale diensten. Daarvan willen we de effecten evalueren om de meest effectieve aanpak te bepalen en wildgroei te voorkomen. Het derde onderzoeksproject betreft preventie van uithuisplaatsingen door een onderzoek naar de voorspellende factoren daarvan.’

Arnoud Verhoeff is enthousiast. ‘Elke grote stad heeft natuurlijk al zijn eigen projecten, zijn eigen aanpak,’ zegt hij. ‘Met deze academische werkplaats hebben we nu een kennisstructuur waarin we ervaringen kunnen delen en kennis kunnen bundelen om als G4 beleid te maken. Dat kun je gerust baanbrekend noemen.’

Penvoerder
Per stad zullen minimaal vier mensen aan de werkplaats werken, waarvan per stad één met een dubbelaanstelling, dus een baan bij een GGD én een academisch centrum. Meewerkende academische centra zijn Vrije Universiteit medisch centrum (VUmc), het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), het Erasmus Medisch Centrum en het Universitair Medisch Centrum St. Radbout. De GGD Amsterdam heeft in de samenwerking een zogenaamde penvoerdersfunctie: zij bewaakt de voortgang, stelt de rapporten op, enzovoort. Het uiteindelijke doel is het verbeteren van de zorg en de preventie voor de openbare geestelijke gezondheidszorg.

******************************************************************

2-Goudmijn-voor-wetenschappelijke-analyse

Tussen verschillende bevolkingsgroepen in Nederland bestaan gezondheidsverschillen die niet kunnen worden verklaard door sociaal-economische verschillen. Zo komen bijvoorbeeld hart- en vaatziekten relatief vaak voor bij mensen met een Surinaamse achtergrond en komt diabetes meer voor onder personen van Turkse, Marokkaanse en vooral Hindoestaans-Surinaamse afkomst.

Dit gegeven vormt het vertrekpunt voor een cohortstudie die, als het meezit, volgend jaar van start zal gaan onder de naam Helius (Healthy Life in an Urban Setting). Met deze studie willen wetenschappers van AMC-UvA in samenwerking met hun partners van de GGD inzicht verschaffen in gezondheidsverschillen en hun oorzaken, om via preventieve maatregelen en differentiatie van zorg bij te dragen aan verbetering.

Ziektethema’s
Marieke Snijder is onderzoeker bij het AMC-UvA. Zij coördineert sinds september dit jaar het opstarten van Helius. ‘De studie zal zich concentreren op drie ziektethema’s,’ vertelt zij. ‘Hart- en vaatziekten, inclusief diabetes, mentale gezondheid zoals depressie en verslaving, en infectieziekten. Daarbij spelen de thema’s zorggebruik en voeding een belangrijke rol.’

‘Wij willen een willekeurige selectie van Amsterdammers betrekken die afkomstig zijn uit Nederland, Marokko, Turkije, Suriname en West-Afrika, de bedoeling is uit elke groep 10.000. Deelnemers worden elke vijf jaar geïnterviewd en medisch onderzocht, waarbij ook bloed zal worden afgenomen. Daarnaast zullen de verkregen data via te ontwikkelen ICT, met instemming van de deelnemers, worden gelinkt aan andere medische registers en informatie leveren aan andere onderzoeken.’

Uniek
‘Dit onderzoek is uniek in Europa,’ zegt Marieke, die alleen al aan de voorbereidingen van het opstarten haar handen meer dan vol heeft. ‘Het mooie is,’ zegt zij, ‘dat we gebruik kunnen maken van alle praktijkervaring bij de GGD, bijvoorbeeld als het gaat om het benaderen van allochtone groepen, het vertalen van vragenlijsten, het afnemen van interviews in de eigen taal en dergelijke. Andersom kan de GGD straks gebruik maken van de resultaten van het onderzoek. Zover is het nu nog niet. Er is een projectgroep samengesteld waarin elk thema door enkele onderzoekers vertegenwoordigd wordt. Zij komen regelmatig bij elkaar om de opzet in details uit te werken.’

Aan Helius werken artsen mee van onder andere de afdelingen Sociale Geneeskunde, Vasculaire Geneeskunde, Poliklinische Psychologie en Klinische Epidemiologie, Biostatistiek en Bioinformatica van het AMC-UvA alsmede de afdeling Onderzoek van het Cluster Infectieziekten van de GGD Amsterdam.

Meer weten over Helius? Mail m.b.snijder@amc.uva.nl

******************************************************************

3-Cursusavond-risicocommunicatie-en-perceptie

Risicocommunicatie is van alle tijden. In de oertijd waarschuwde de holenvrouw haar man met een grom voor naderend onheil. Sprekende voorbeelden van recentere datum zijn de teksten op pakjes sigaretten, die met strekkingen als Rokers sterven een langzame en pijnlijke dood, niets aan duidelijkheid te wensen overlaten. Van zeer recent en op zeer grotere schaal: de communicatie over een naderende epidemie van de Mexicaanse griep.

Tegen de haren in
Welke boodschap heeft effect? Dat hangt van de boodschap af, maar ook van de boodschapper en niet minder van de ontvanger.

Veel artsen en verpleegkundigen staan dagelijks voor de uitdaging een boodschap zó over te brengen, dat deze effect heeft op het handelen van de ontvanger. Wat doet de jeugdverpleegkundige die ouders na herhaalde uitnodigingen niet op het consult ziet verschijnen? Hoe waarschuwt de arts van de soa-polikliniek een prostituee voor de risico’s van Hepatitis B? Wat voor de één werkt, is een lachertje voor de ander en strijkt een volgende volledig tegen de haren in.

Ervaringen
Over de wijze van waarschuwen en de manier waarop de ontvanger de waarschuwing opvat, gaat de cursus risicocommunicatie en risicoperceptie van dinsdag 1 december. Sprekers zijn milieukundige dr. Fred Woudenberg van de GGD en prof. dr. Daniëlle Timmermans van het VUmc. Zij delen hun inzichten en ervaringen maar nodigen u daarbij uit om vrij van gedachten te wisselen.

******************************************************************

4-De-plek-voor-dermatologen-in-opleiding

De soa-polikliniek van de GGD in Amsterdam is een interessante plek. Voor de jaarlijks ongeveer 28.000 mensen die zich melden met besognes na seksueel contact. Maar ook voor specialisten in opleiding. ‘Nergens in Nederland kom je zoveel ziektegevallen en afwijkingen tegen,’ zegt dermatoloog Edwin van Leent, ‘nergens wordt zoveel en zo uitgebreid onderzoek gedaan.’

Sneller, innovatiever
Van Leent werkt vijf dagdelen per week op de soa-polikliniek van de GGD aan het Amsterdamse Weesperplein en vijf dagdelen op de soa-polikliniek van het Academisch Medisch Centrum. Hij kent de verschillen. ‘In het AMC is er ’s ochtends één spreekuur door één arts. De uitslag hoor je pas veel later en het consult valt onder reguliere zorg, dus het kan niet anoniem en je ontvangt er een rekening voor.’

‘Bij de GGD werken we veel meer met directe diagnostiek. Verschillende tests worden direct uitgevoerd, vaak zijn uitslagen al na een half uur bekend en kan de behandeling starten. Het kan anoniem en omdat het om aanvullende gezondheidszorg gaat is het kosteloos. We werken met negen tot elf sociaal-verpleegkundigen en artsen die tegelijk spreekuur doen. Daarnaast houden we consulten op locatie en via internet. Ook voert de afdeling Onderzoek van het cluster Infectieziekten van de GGD voortdurend studies uit om diagnostiek en zorg te kunnen verbeteren. Kortom: het is sneller, meer, meer divers en innovatiever.’

Doorgewinterde sekswerkers
Een uitgelezen omgeving voor een stage, zo blijkt. Eén op de vier dermatologen die in Nederland worden opgeleid doet bij de GGD Amsterdam de verplichte stage venereologie, naast de (basis)artsen en verpleegkundigen die eveneens op de soa-poli worden opgeleid. Al vanaf vóór het ontstaan van de officiële academische werkplaatsen voorziet Edwin van Leent samen met collega Henry de Vries in deze structurele samenwerking van de academische wereld en de klinische praktijk.

De vertaling van, plastisch gezegd, de boeken naar het vlees gaat niet zonder haperen. ‘Veel aios (artsen in opleiding voor specialisatie) deinzen wel even terug bij de eerste kennismaking met de Amsterdamse praktijk,’ vertelt Van Leent. ‘Je ziet een heel divers publiek: van doorgewinterde sekswerkers en homomannen die zonder enige schaamte over hun escapades praten tot doodongelukkige tienermeisjes die tegen hun wil seks hebben gehad.’

‘Als je er al tien jaar studie op hebt zitten, zul je zo snel niet afhaken, maar er is een hoop waar je als jonge dokter aan moet wennen. Mensen die voor de derde keer komen voor behandeling van een druiper, het onderhandelen van mensen die wel de behandeling willen, maar niet de prikken of bijhorende onderzoeken.’

Onwennigheid bewijst nut
‘Bepaalde soorten gedrag roepen ethische vragen op. Op de poli leer je daarmee om te gaan. Je krijgt te maken met de emotionele gevolgen van een soa, met partnerwaarschuwing, met je positie als arts in een eerstelijns voorziening, waarbij je bijvoorbeeld het ziekenhuis moet bellen om te vragen of je cliënt snel kan worden geholpen.’

Juist die onwennigheid van de jonge artsen bewijst het nut van de stage, vindt Van Leent. Hij vindt het jammer dat niet meer GGD’en zich inspannen om de theorie te koppelen aan de praktijk en vice versa. ‘Sinds 2006 zijn veel geslachtsziektepoliklinieken uit de ziekenhuizen naar de GGD’en overgeheveld. In de meeste GGD-poliklinieken bestaat de gelegenheid om stage te lopen voor dermatologen in opleiding echter niet, omdat er geen dermatologen werken. Dit is alleen het geval in Amsterdam en sinds kort in Rotterdam.’

Academisering
‘Met andere woorden,’ zegt Van Leent: ‘academisering op dit gebied komt niet overal van de grond. De meeste GGD’en nemen wel het concept en de protocollen over, maar halen geen specialisten in huis en doen geen of nauwelijks wetenschappelijk onderzoek. Omdat studies verder alleen nog door het RIVM worden gedaan, dreigt het specialisme op deze manier te verschralen. Jammer.’

De academische werkplaats zou een mooi format kunnen bieden voor GGD’en om inhoud te geven aan samenwerking,’ zegt Edwin van Leent. Van Leent ijvert mede voor academisering via het Concilium Dermatologie en Venereologie waarvan hij secretaris is. Ook heeft hij een rol in de opleiding voor artsen en verpleegkundigen van soa-poliklinieken die de GGD samen met The Netherlands School of Public & Occupational Health (NSPOH) heeft opgezet.

Wilt u reageren of heeft u vragen over dit artikel, mail dan evleent@ggd.amsterdam.nl

******************************************************************

5-Een-kijkje-in-de-keuken

In september dit jaar is het AMC-UvA gestart met een vernieuwd curriculum voor de opleiding Geneeskunde: Curius+, waarin meer aandacht voor actieve en kritische deelname van studenten, bijvoorbeeld in klinische hoorcolleges en symposia. Tijdens wetenschappelijke stages en co-schappen in de laatste drie jaar van de basisopleiding ontmoeten daarbij theorie en praktijk elkaar binnen een professionele setting, waarin de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de arts in opleiding wordt getoetst.

Afwisselend
Alle studenten lopen co-schappen op de verschillende afdelingen van een ziekenhuis en bij een huisarts. Studenten Sociale Geneeskunde doen daarnaast co-schappen buiten het ziekenhuis. De GGD is hiervoor een van de aangewezen plekken, zowel als het gaat om co-schap op één plek als om een zogenaamd wisselco-schap.

Karen Lindenburg, werkzaam als arts op de afdeling Onderzoek van het cluster Infectieziekten, coördineert deze wisselco-schappen voor het cluster Infectieziekten. Zij voorziet jaarlijks in een programma voor 20 studenten. ‘Zij werken meestal twee dagen op één afdeling,’ vertelt ze. ‘De tbc-polikliniek, de soa-polikliniek, een methadonverstrekkende kliniek, bij de forensische geneeskunde, de ambulancedienst of de afdeling onderzoek, het is heel afwisselend.’

Praktijkopdracht
‘Het werk kun je je in zo’n korte tijd natuurlijk niet eigen te maken,’ zegt Karen. ‘Het gaat erom dat studenten een beeld krijgen van de GGD en dat ze kritisch leren nadenken over sociaal-medische vraagstukken. Daarvoor krijgen ze tijdens het co-schap op één afdeling een praktijkopdracht. Bijvoorbeeld: Er is een cohortonderzoek onder drugsgebruikers naar besmetting met Hepatitis C. Zoek uit of het zinvol is ook de kinderen van deze drugsgebruikers in het onderzoek te betrekken.’

Service
‘Of studenten wel eens schrikken? Nee. We bereiden ze goed voor, bijvoorbeeld op het feit dat ze lijken kunnen zien als ze meedraaien met een forensisch arts. Wat ik wel merk is dat studenten verbaasd zijn te zien wat we allemaal doen. En daarbij ervaar ik veel waardering voor de GGD als praktijkopleider. Het is een beleidsbeslissing,’ zegt Karen, ‘zoveel ruimte voor stages en co-schappen. Wij vinden goed onderwijs heel belangrijk en zetten ons er daarom ook graag voor in. In eerste instantie is dat een soort service, maar uiteindelijk hebben we daar straks weer voordeel van. Na het co-schap is een carrière als geneeskundige bij de GGD voor sommigen een reële optie.’

Meer weten over de studie Geneeskunde van het AMC/UvA? Kijk op deze pagina.

Meer weten over co-schappen Sociale Geneeskunde bij de GGD? Mail naar klindenburg@ggd.amsterdam.nl

******************************************************************

6-Zo-weet-je-waarvoor-je-het-doet

‘Waarom ik de laatste jaren dacht dat ik huisarts zou worden?’ Geneeskundestudente Lotte de Bruijn kan er nu zelf verbaasd over zijn. Tijdens haar stage bij de GGD ontdekte ze hoe inspirerend de afwisseling is van patiëntencontacten en bureauwerk. ‘Ik had nooit gedacht dat onderzoek me zo zou boeien,’ zegt ze. ‘Misschien ga ik toch promoveren.’

Interviews
Lotte draaide mee in een omvangrijke studie van promovenda Anouk Urbanus, waarvan een onderzoek naar verhoogde kans op Hepatitis B en/of C onder mensen met een tattoo of piercing deel uitmaakte. Ze vergezelde hiervoor de internationale autoriteit op het gebied van (risico’s van) lichaamsversiering Albert Boonstra op zijn ronde langs tattooshops en nam interviews af. Daarnaast werkte ze mee aan het halfjaarlijkse onderzoek onder bezoekers van de soa-polikliniek naar risicofactoren voor soa’s, waarbij ze in vier weken tijd ongeveer 150 mensen heeft geïnterviewd.

Gemoedelijk
Leerzaam? ‘Zeker. Stages bij de GGD zijn misschien minder interessant voor studenten die al besloten hebben na hun co-schappen een bepaald specialisme in een ziekenhuis te gaan doen. Zij komen liever op een afdeling die daarmee te maken heeft. Maar voor mij is de stage heel nuttig geweest, alleen al vanwege de contacten met cliënten en collega’s. Als je al zo lang studeert, hol je op het laatst van tentamen naar tentamen, je vergeet waar je mee bezig bent. Op deze manier weet je tenminste weer waarvoor je het doet. Wat me vooral ook bijblijft, is de goede sfeer bij de GGD. Veel gemoedelijker dan ik mij herinner van verschillende ziekenhuiservaringen. Minder ellebogenwerk, minder hiërarchie, ja, echt prettig.’

Meer informatie over de studieopbouw
Stages kunt u aanmelden bij wens@ggd.amsterdam.nl

******************************************************************

Colofon
Redactie: Freke Zuure, afdeling Onderzoek GGD Amsterdam
Opmaak: Ed Blaas, afdeling EDG, GGD Amsterdam
Teksten: Yvonne van Osch, Tekstbureau Opschrift
Aan- en afmelden voor de nieuwsbrief kan via e-mail: amc-ggd@ggd.amsterdam.nl
Copyright GGD Amsterdam 2009