Nieuwsbrief 9 – nov 2012

Nieuws uit de werkplaats
Symposium publieke gezondheid en nieuwe naam
Landelijk symposium Infectieziekten: sterk op de inhoud
Cursusavond: Integraal gezondheidsbeleid, de sleutel tot succes?

Onderzoek en implementatie
ABCD-symposium: moeders onderschatten overgewicht van kind
Computerbegeleiding voor mensen met hiv
Gezondheid in Nieuw-West: een tussenstand
Groepsvoorlichting zwangere vrouwen
Succes voor Amsterdams harm reductiebeleid

Recente publicatie
Infecties op kinderdagverblijven

Agenda
24 januari 2013: Symposium Preventief Verbinden: Meer Gezondheid voor je Geld, Seksuele gezondheid en aanpak gezondheidsverschillen in de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Noord-Holland en Flevoland
14 maart 2013: Landelijk infectieziektesymposium
21 maart 2013: Promotie van Anouk Urbanus: Hepatitis C virus infection: spread and impact in the Netherlands. 12.00 uur, Agnietenkapel, Amsterdam
28 maart 2013: Promotie van Gini van Rijckevorsel: Surveillance studies on infectious diseases; evidence for action. 12.00 uur, Agnietenkapel, Amsterdam
4 april 2013: Promotie van Marlies Heiligenberg: Epidemiology of sexually transmitted infections in heterosexuals and men who have sex with men. 14.00 uur, Agnietenkapel, Amsterdam

1-symposium-gr

Een nieuwe call, een nieuwe naam. Mis het niet, ons symposium over gezondheidsverschillen en seksuele gezondheid op donderdagmiddag 24 januari 2013.

Titel: Preventief Verbinden: Meer Gezondheid voor je Geld, Seksuele gezondheid en aanpak gezondheidsverschillen in de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Noord-Holland en FlevolandAan het woord zijn onder andere Marcel Levi, voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC en Eric van der Burg, wethouder van de gemeente Amsterdam.

Aanpak gezondheidsverschillen
Gezondheid is de basis voor een prettig leven en iedere Nederlander heeft evenveel recht op zorg daarvoor. Toch blijkt het geen optelsom. Zelfs in een moderne stad als Amsterdam bestaan grote verschillen in gezondheid tussen bevolkingsgroepen. Tijdens ons symposium willen we hierover met beleidsmakers, bestuurders, onderzoekers en professionals uit de publieke gezondheid in gesprek. Waar liggen kansen, wat zijn de hindernissen? Hoe pakken we het aan om de verschillen te verkleinen?

Seksuele gezondheid
Een tweede thema is seksuele gezondheid. Onderzoek bij onder andere de GGD Amsterdam levert veel nieuwe kennis op over bijvoorbeeld de verspreiding van veel voorkomende soa’s als gonorroe en chlamydia. Toch blijft bestrijding een probleem. Wat kan beter, en opnieuw: hoe gaan we dat doen? Doel van het symposium is niet alleen om hierover onderling van gedachten te wisselen. We willen ook de eerste stappen zetten in een plan om samen oplossingen te realiseren.

Nieuwe call
Ook op het symposium: een nieuwe call voor praktijkgestuurd onderzoek uit het zogenoemde Klein maar fijn budget, bedoeld om beleid en/of praktijk te onderbouwen danwel aan te passen. Met flitspresentaties laten we resultaten van eerder toegekende projecten zien. Vervolgens nodigen we deelnemers uit om te brainstormen over een gezamenlijk onderzoeksvoorstel.

Nieuwe naam en website
Tot slot op het programma: de feestelijke lancering van een nieuwe naam voor de academische werkplaats publieke gezondheid GGD Amsterdam – AMC. Het netwerk van samenwerkende partijen binnen deze werkplaats is sinds de start sterk vergroot, onder andere met verschillende organisaties uit de 1ste lijns gezondheidszorg in Noord-Holland en Flevoland. De nieuwe naam markeert deze uitbreiding, waar we bijzonder blij mee zijn. Hij luidt: Sarphati Initiatief, academische werkplaats publieke gezondheid regio Noord-Holland en Flevoland.
Bij de nieuwe naam hoort ook een nieuwe website waaraan op dit moment nog hard wordt gewerkt: www.sarphati.nl. Deze website zal op 20 november a.s. live zijn, wellicht al een paar dagen eerder.

Sarphati
Inspirator voor de naam is Samuel Sarphati (1813-1866), bekend als ‘armendokter’ in het 19de-eeuwse Amsterdam. Een flink deel van de stadsbevolking leefde in zijn tijd in armoede en smerigheid. Sarphati realiseerde verbeteringen door initiatieven in onder andere afvalverwerking, farmacie en de productie van goedkope broden. Hij was ook motor achter projecten tot stadsverfraaiing zoals de bouw van het Paleis voor de Volksvlijt en het Amstel Hotel. Geert Mak noemde hem de man die de stad uit zijn slaap sloeg. Voor ons, de academische werkplaats, staat Sarphati symbool voor de synergie tussen wetenschap, praktijk, beleid en onderwijs. We hopen dat onze toekomstige activiteiten onder deze nieuwe naam de nagedachtenis van deze homo universalis waardig zijn.

Het symposium vindt plaats in het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal 29 in Amsterdam, op 24 januari 2013 van 12.30 tot 17 uur. Nadere info volgt.
Aanmelden kan vanaf december via de website www.sarphati.nl.

2-landelijk-symposium-gr

Inhoudelijk vuurwerk. Sterke inzet op implementatie. Nog meer samenwerking. Dat verwacht de organisatie van het symposium Infectieziekten op 14 maart 2013.

Het gebeurt niet vaak dat infectieziektepartners uit het land elkaar treffen. Op donderdag 14 maart 2013 kan het. Academische Werkplaats Sarphati Initiatief organiseert die middag een landelijk symposium samen met de Nijmeegse partner AWPG Amphi, ZonMw en GGD Nederland. Deelnemers zijn ook de Rotterdamse Academische Werkplaats CEPHIR, de Academische Werkplaats Limburg en de Academische Werkplaats Noordelijk Zuid-Holland LUMC, die allen infectieziekten als aandachtsgebied hebben.

Implementatie
De focus van het symposium ligt op implementatie van onderzoeksresultaten in beleid en praktijk. Die resultaten kunnen nog zo bruikbaar zijn, het gebeurt nog steeds dat ze niet optimaal worden aangewend of zelfs uitsluitend voortleven op papier. Hindernissen kunnen politiek of financieel zijn, soms ontbreekt het simpelweg aan regie of capaciteit.

Screening
‘Een voorbeeld uit de praktijk,’ vertelt Maria Prins, coördinator van het netwerk Infectieziekten van het Sarphati Initiatief en medeorganisator van het symposium, ‘is de opsporing van mensen met hepatitis B en C, infecties die veel en vaak onopgemerkt voorkomen onder migranten. Omdat ze meestal goed te behandelen zijn waardoor schade aan de lever wordt voorkomen, vinden we inmiddels allemaal dat screening nodig is. De vraag blijft alleen steeds: hoe.’
‘Er zijn succesvolle pilot projecten in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam, maar we zullen nooit bereiken wat we beogen zolang er geen landelijk beleid is. Veel partijen zullen zich uit moeten spreken: het Rivm, de Gezondheidsraad, GGD Nederland. We moeten opgebouwde kennis samenvatten en met álle partijen besluiten wat de meest effectieve en realiseerbare weg is. Dat is gewoon een lastig traject.’

Casussen en rondetafeldiscussie
Het is maar een voorbeeld. Op het symposium worden alle partners gevraagd casussen voor te leggen op het brede gebied van de infectieziektebestrijding, waarop een gezamenlijke brainstorm tot nieuwe, inspirerende ideeën leiden moet. De organisatie ziet uit naar inhoudelijk vuurwerk op dit gebied.
Verder op deze middag rondetafeldiscussies met mogelijke verdere samenwerking op interessante onderzoeksthema’s als doel. ‘Volgend jaar,’ zegt Maria Prins, ‘is er weer een subsidieoproep voor infectieziekteprojecten bij ZonMw en de Klein maar fijn projecten binnen de academische werkplaats publieke gezondheid. Het zou mooi zijn als we coalities konden vormen om aanvragen te doen. We moeten alle kansen benutten.’

De uitnodigingen voor het symposium worden in november verstuurd.


3-cursusavond_gr

De Amsterdamse jeugd is veel te dik. JGZ zet daarom stevig in op beweegprogramma’s en voorlichting over gezonde voeding. Maar zal de epidemie minder worden zolang ouders de gevaren van overgewicht ontkennen, zolang er snoepautomaten in scholen zijn en snackbars om de hoek? En daarbij: kinderen hebben ruimte nodig om te bewegen. Een park, een landje. Krijgen ze dat, of wringt dit met een of ander economisch belang? En hun motivatie? Misschien zijn games wel veel leuker.

Het keren van de obesitas-epidemie heeft prioriteit in het gemeentelijk gezondheidsbeleid. Maar er is veel voor nodig. Wat leert de wetenschap ons over de kansen van een integrale aanpak? De voorwaarden, de valkuilen? Hierover werpen experts van de GGD, het AMC en de VU hun licht tijdens deze editie van de Leergang Maatschappij & Gezondheid.

Datum: 20 november 2012
Plaats: Akantes, Nieuwe Herengracht 95, Amsterdam

De Leergang Maatschappij & Gezondheid is onderdeel van de academische werkplaats publieke gezondheid. Er zijn vier cursusavonden per jaar. Thema’s worden vanuit diverse disciplines belicht. Deelname is vrij, maar speciaal uitgenodigd zijn artsen van GGD’en en artsen M&G van AMC en VU. De toegang is gratis. U ontvangt drie accreditatiepunten per bijgewoonde avond.


4-abcd_gr

De helft van alle moeders van een te dik 5-jarig kind beseft niet dat er sprake is van een gezondheidsprobleem. Het is een van de opmerkelijke uitkomsten uit de ABCD-studie. De uitkomsten werden tijdens een symposium op 27 september gedeeld.

De ABCD-studie (Amsterdam Born Children and their Development) is een sinds 2003 lopend onderzoek van de GGD Amsterdam en het AMC onder ruim achtduizend zwangere vrouwen, van wie het nageslacht tot volwassenheid zal worden gevolgd. Tijdens het recente symposium Diversiteit in groei en ontwikkeling van jonge kinderen werden de analyses over de 5-jarige kinderen uit het cohort gedeeld. Een greep:

  • Langdurige exclusieve borstvoeding is gerelateerd aan gezond eetgedrag en een gezond eetpatroon op 5-jarige leeftijd.
  • Cafeïne-inname tijdens de zwangerschap leidt niet tot gedragsproblemen bij het kind op 5-jarige leeftijd.
  • Obesitas tijdens de zwangerschap is gerelateerd aan een hogere bloeddruk bij het kind op 5-jarige leeftijd; het levert ook een grotere bijdrage aan vroeggeboorte dan roken.
  • Een lage vitamine D-status tijdens de zwangerschap is gerelateerd aan depressieve gevoelens bij de moeder.
  • Angst en depressieve gevoelens tijdens de zwangerschap hebben geen invloed op de lichamelijke gezondheid van het 5-jarige kind, maar leiden wel vaker tot gedragsproblemen op die leeftijd.
  • Baby’s die veel huilen vertonen op 5-jarige leeftijd vaker gedrags- en emotionele problemen.
  • Veel kinderen van Turkse, Afrikaanse en Marokkaanse afkomst hebben op 5-jarige leeftijd al een gezondheidsachterstand, zoals te zien aan onder meer verhoogde bloeddruk en glucosewaarden. Bijna alle moeders van een kind met overgewicht of obesitas op 5-jarige leeftijd onderschatten het gewicht van hun kind.

Cultuurspecifieke interventie
‘Dit laatste vond ik zelf een van de meest verrassende conclusies,’ zegt Tanja Vrijkotte, projectleider van de ABCD-studie bij het AMC. ‘De helft van de moeders ziet het overgewicht van hun kind niet als gezondheidsprobleem. “Hij is gewoon aan de stevige kant,” zeggen ze, “het gaat wel over.” Beter te dik dan te dun, is het idee.’
‘Die scheve perceptie komt voor bij alle bevolkingsgroepen,’ zegt Vrijkotte, ‘maar ik denk wel dat we een cultuurspecifieke interventie moeten opzetten, liefst al tijdens de zwangerschap. Ik denk ook dat we daarvoor nieuwe kanalen moeten zoeken. Vrouwen zijn natuurlijk ontvankelijk voor informatie over de gezondheid van hun kind, maar waarschijnlijk zal het in een vertrouwde setting en de eigen taal beter beklijven dan bijvoorbeeld via de professional op het consultatiebureau. Misschien is het een idee de eigen gemeenschap in te schakelen, zoals al gebeurt bij soa-preventie.’

Link praktijk
‘De vertaling van onderzoek naar de praktijk is best moeilijk,’ merkt Tanja Vrijkotte. ‘Tijdens het congres hoorden we ook van deelnemers dat ze hier en daar de link misten, bijvoorbeeld met de Jeugdgezondheidszorg. Dat moet meer aandacht krijgen. We hebben prachtige data en recent zijn weer twee onderzoekers binnen het project gepromoveerd. Nu moeten we nog de slag maken naar een heldere communicatie met de dagelijkse beroepspraktijk en zorgen dat die iets met onze analyses kan. Om dit te bereiken wil ik de komende periode om de tafel met praktijkmensen zoals verloskundigen, JGZ-medewerkers en opvoedondersteuners.’

Promoties
Een achttal onderzoekers van onder andere de VU, Bascule en de Universiteit van Tilburg, doen op dit moment hun promotieonderzoek binnen de ABCD-studie. De onderzoekers die recent promoveerden zijn Marieke de Hoog en Aimée van Dijk. Marieke de Hoog deed onderzoek naar oorzaken en gevolgen van etnische ongelijkheid in overgewicht, Aimée van Dijk onderzocht de relatie tussen psychosociale stress tijdens de zwangerschap en het cardiometaboolprofiel van het kind. Beiden hopen zij met hun onderzoek bij te dragen aan het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen vanaf het allereerste begin.

Consortia
Ook in andere grote steden vinden cohortstudies onder kinderen plaats. Rotterdam heeft Generation R, Maastricht zijn Koala-studie, in Midden-Nederland is er de Piama-studie. ‘Het goed dat je elkaar op congressen en symposia ontmoet,’ zegt Tanja Vrijkotte, ‘zodat je geen overlap in onderzoek krijgt. We vormen ook wel consortia rond een onderzoeksvraag, waarbij je de data uit verschillende cohorten combineert, zoals nu met het EU-project CHICOS, naar de langetermijneffecten van leefstijl tijdens de zwangerschap. Toch is het ook weer niet zo dat je elkaar heel gedetailleerd een kijkje in de keuken geeft, want uiteindelijk ben je ook elkaars concurrenten. En om te zeggen dat het makkelijk is om aan overheidsgeld te komen? Nee.

Meer info? Mail projectleider Manon van Eijsden van de GGD: mveijsden@ggd.amsterdam.nl of Tanja Vrijkotte van het AMC: t.vrijkotte@amc.uva.nl.
Kijk hier voor publicaties over de ABCD-onderzoeken.


5-computerbegeleiding_gr

Ondersteuning op maat in een verwarrende periode. Wat gebeurt er met je als je hiv blijkt te hebben? Direct na de diagnose zijn veel mannen enige tijd zoekende. Zij moeten de schok verwerken. Het bieden van de juiste informatie en ondersteuning in die periode is belangrijk. Onderzoeker Titia Heijman werkt samen met partners aan een website die begeleiding op maat biedt.

Je bent hiv-positief, wat nu? De diagnose is sinds de invoering van een goed-werkende combinatietherapie in 1996 weliswaar geen rechtstreeks doodvonnis meer, toch volgt voor de meeste hiv-geïnfecteerden een periode van stress en aanpassing. Om de eigen gezondheid en die van anderen te beschermen moeten zij beslissingen op seksueel gebied nemen. Om dat te bereiken is informatie over de eigen situatie, hiv, risico’s en medicatie nodig.

Meer risicogedrag
Hoe kan de GGD informatie aanbieden op zo’n manier dat het blijvend leidt tot gezond seksueel gedrag? Dat is de vraag waarmee onderzoekster Titia Heijman zich de laatste jaren heeft beziggehouden. Zij hield uitgebreide interviews en maakte gebruik van data uit de Amsterdamse cohortstudies onder mannen die seks hebben met mannen (msm). Daaruit blijkt dat de reactie op de diagnose gedurende de jaren veranderde. Vóórdat er therapie beschikbaar was pasten veel mannen hun gedrag langdurig aan omdat de infectie een groot gevaar opleverde voor henzelf en hun omgeving. Toen er in 1996 therapie beschikbaar kwam, hielden de gedragsveranderingen korter stand.

Empathie
Seksuele gezondheid is een trendgevoelig fenomeen en mensen hebben daarin verschillende behoeften. Sommige willen zoveel mogelijk informatie, andere haken na drie zinnen al af. Titia Heijman werkt aan een begeleidingsmodel dat meebeweegt: een webapplicatie die reageert op vragen, door op maat gesneden informatie te geven over ervaringen van andere mannen die hetzelfde hebben doorgemaakt, over risico’s en oplossingen. Het voordeel is dat mannen ermee aan de slag kunnen wanneer het hen uitkomt, thuis, in de omstandigheden die zij zelf kiezen.
Het programma is vooral gericht op msm en hun partners. En het is, zo benadrukt de onderzoekster, deel van een totaal begeleidingstraject waarin ook de medisch specialist en sociaalverpleegkundigen van de GGD een rol blijven spelen, desgewenst mede via chat. ‘Want,’ zegt Titia, ‘een computer kent geen empathie en geen nuance.’

De ontwikkeling van de interventie wordt gefinancierd door farmaceut Gilead, die onder andere hiv-medicatie produceert. Soa Aids Nederland, de Hiv-vereniging, TNO en het AMC werken mee aan inbedding in de bestaande zorgstructuur. De verwachting is dat de website in het hele land gebruikt zal worden. Over enkele maanden zal hij de lucht in gaan: www.4mezelf.com.


6-nieuw-west_gr

Gezondheid is complex. Werk, woning, opleiding, er is zoveel dat invloed heeft. Hoe kunnen we dit alles combineren in beleid? Kirsten Langeveld startte vorig jaar een driejarige studie hiernaar in Amsterdam Nieuw-West. Een kleine tussenstand.

‘Of ik tevreden ben?’ Kirsten Langeveld aarzelt. ‘In je hoofd ben je altijd een paar stappen verder dan in de realiteit. Dat hoort bij onderzoek. Maar ondertussen is er best veel gebeurd. Ik heb eerst gekeken naar de bestaande situatie op basis van cijfers van de GGD en van de Dienst Onderzoek en Statistiek, over overgewicht, psychosociale problemen, scholing, werkgelegenheid, huisvesting, enzovoort. Op veel terreinen scoorde Nieuw-West beduidend onder het gemiddelde van Amsterdam, zoals op overgewicht, depressie en eenzaamheid. De waarde van huizen is er lager, hoewel er enkele dure wijken zijn. Er wonen veel grote gezinnen in kleine woningen. En in bepaalde buurten ervaren veel mensen geluidsoverlast bijvoorbeeld door gehorige huizen en vlieg- en wegverkeer.’

Armoede
Het is kortom niet voor niets dat het stadsdeel extra aandacht krijgt, vindt Kirsten Langeveld. Sinds mei 2011 brengt de cultureel antropologe gemiddeld twee dagen per week door op het stadsdeelkantoor aan Plein ‘40-‘45 (een van de drie stadsdeelkantoren in Nieuw-West). Haar opdracht: het belang van gezondheid onderstrepen en zomogelijk integreren in beleid.
Vanzelf gaat dat niet. ‘Het lijkt misschien logisch dat gezondheid in veel plannen een rol speelt,’ zegt Kirsten, maar dat is toch kennelijk niet altijd zo. Bij armoedebeleid wordt bijvoorbeeld vooral ingezet op schuldsanering en inkomensverbetering. Wij hebben onder meer benadrukt dat het belangrijk is ook de oorzaak van armoede aan te pakken. Gezond leven en een hogere sociaaleconomische status hangen sterk met elkaar samen.’

Mini-conferentie
Langeveld brengt op dit moment adviezen uit op drie onderwerpen uit het reguliere stadsdeelbeleid: jeugd, onderwijs en economie. Op 15 oktober organiseerde ze samen met het stadsdeel een mini-conferentie over gezondheid, die tevens de start betekende van de kwartiermaker Gezondheid in stadsdeel Nieuw-West. Ook in de ‘midterm review’ van het stadsdeelbestuur is gezondheid als beleidsthema genoemd. ‘Goede stappen,’ vindt Kirsten Langeveld, ‘maar uiteindelijk zal het om de invulling en de uitwerking gaan.’


7-zwangere_gr

Nederland heeft een hoge perinatale sterfte ten opzichte van andere Europese landen, vooral in achterstandswijken in de stad. Onwetendheid kan een rol spelen. In Amsterdam is een groepsvoorlichting over gezond zwanger zijn gestart.

Het was een tamelijk schokkend bericht dat enkele jaren geleden naar buiten kwam. In het wetenschappelijk toch zo vooraanstaande Nederland sterven relatief veel baby’s vóór of net na de geboorte, vooral in de vier grote steden en de provincies Friesland en Groningen. In Amsterdam bleek het, over de jaren 2000-2006, te gaan om 10,8 op elke duizend geboren kinderen, 0,9‰ meer dan landelijk. Drie stadsdelen springen eruit: Zuidoost (21‰), Slotervaart en Zeeburg (beide 14‰). In ZuiderAmstel, Oud-Zuid, Centrum en Osdorp daarentegen ligt het cijfer veel lager (5-8‰).*

Invloed
De conclusie lag voor de hand: nodig waren gedifferentieerd beleid en onderzoek, en een wijkgerichte preventieve aanpak. 1ste Lijn Amsterdam is met behulp van het budget voor Klein-maar-fijn-projecten van de academische werkplaats een pilot gestart: groepsvoorlichting die vrouwen bewust maakt van de invloed van hun gedrag op de baby. ‘Roken, alcohol, medicijnen, eetgedrag, stress, dat speelt allemaal mee,’ zegt projectleider Anne Annegarn, senior adviseur van 1ste Lijn Amsterdam. ‘We proberen dat te laten zien en uit te leggen. In de presentatie geven we adviezen, bijvoorbeeld over het Nederlands verloskundig systeem met de eerste- en tweedelijns zorg, goede voeding, vitamine D, het bewaren van voeding, gezond bewegen en seks.’

Bakerpraatjes
De voorlichting is gericht op laagopgeleide vrouwen die hun eerste kind krijgen. Anne Annegarn werkte zelf zestien jaar als verloskundige. Ze kent de bakerpraatjes die in sommige kringen hardnekkig circuleren. ‘Je moet eten voor twee,’ somt ze op. ‘Je moet eten waar je trek in hebt, anders gaat het mis met je kind. Heb je last van maagzuur, dan krijg je een baby met veel haar. Veel melk drinken is goed voor de borstvoeding. Het is geen grap,’ waarschuwt ze, ‘sommige vrouwen drinken liters melk. Heel ongezond.’

Ideaal gewicht
Het effect van de voorlichting is onderzocht vanuit de academische werkplaats, waarin Anne samenwerkte met de GGD Amsterdam en het AMC. ‘Uit het onderzoek komt naar voren dat vrouwen die naar de groepsvoorlichting zijn geweest, zich vaker aanmelden voor de zwangerschapscursus dan vrouwen uit de controlegroep. Ook zijn er in deze groep minder vrouwen die te weinig aankomen tijdens de zwangerschap. Obesitas is een probleem, maar veel vrouwen blijken ook streng te lijnen als ze in verwachting zijn. Wij hameren erop: gezond eten is belangrijker dan een ideaal gewicht.’

Uit het onderzoek blijkt verder dat 80% van de doelgroep met de voorlichting bereikt wordt. Bij de resterende 20% gaat het om vrouwen die geen Nederlands spreken. Met oog hierop start in Amsterdam West begin volgend jaar een pilot met groepsvoorlichting gegeven door allochtone zorgconsulenten.

* (Bron: Onderzoek Perinatale sterfteverschillen in Amsterdam van AMC en GGD).
Resultaten van de effectevaluatie
Presentatie gebruikt tijdens de groepsvoorlichting


8-harm-reduction_gr

Onder drugsgebruikers uit het onderzoekscohort van de GGD komen haast geen hiv/soa’s meer voor, zo blijkt uit onderzoek van Nienke van der Knaap. Een prachtig resultaat van het Amsterdamse harm reductiebeleid. Zo vonden ze ook in de VS.

Het Amsterdamse motto raakt onderhand bekend: als je drugs gebruikt, doe het dan zo veilig mogelijk. Verslavingszorg bij de GGD houdt in: gratis verstrekking van methadon, schone naalden en condooms, screening op soa’s, psychiatrische zorg en regelmatig contact met een sociaal verpleegkundige. Een aanbod dat helpt om de schade van de roofbouw die hoort bij spuitend drugsgebruik én daarmee gepaard gaande maatschappelijke overlast te beperken, zo is nu wel duidelijk.

Soa’s en hiv
Sinds 1985 loopt de Amsterdamse cohortstudie onder druggebruikers. Bart Grady doet promotieonderzoek naar hepatitis C-immunologie en -epidemiologie binnen dit cohort. Hij was betrokken bij het onderzoek van geneeskundestudent Nienke van de Knaap naar de risico’s op hiv/soa’s in dezelfde groep. Bart: ‘Uit data van het onderzoek bleek dat er sinds 2005 maar één nieuwe hiv-infectie in de groep voorkwam. Dit lijkt in lijn met de sterke daling van vrijen zonder condoom. Uit de soa-test die we in 2011 bij 197 personen hebben gedaan, bleek dat er maar drie van hen een soa hadden (inmiddels behandeld bij de GGD).’

Washington
‘Uit dit resultaat kun je afleiden, dat het relatief goed gaat met druggebruikers in Amsterdam,’ zegt Bart Grady, ‘en dat zij geen extra risico lopen op hiv en soa’s. Dat is geen reden om het harm reductieprogramma te staken,’ vindt hij, ‘maar juist om ermee door te gaan, zolang er druggebruikers zijn.’ Grady presenteerde de resultaten van het onderzoek van Nienke van der Knaap in juli dit jaar tijdens de jaarlijkse AIDS-conferentie in Washington. Het publiek was enthousiast. Let’s keep in touch with the Dutch, werd er gezegd.
Presentatie Bart Grady op AIDS 2012


9-infecties_gr

Kinderdagverblijven zijn niet de veiligste plaats voor zwangere leidsters. Gini van Rijckevorsel onderzocht het risico op infecties met een mogelijk schadelijk gevolg voor de baby. Haar aanbeveling: advies op maat voor leidsters met een kinderwens.

In kinderdagverblijven tieren bacteriën en virussen welig. Veel infecties zijn onschuldig, maar sommige kinderziekten kunnen wel een risico vormen in combinatie met zwangerschap. Bijvoorbeeld de vijfde ziekte, een veelvoorkomende en over het algemeen milde vlekjesziekte veroorzaakt door het parvovirus B19. Niet-immune vrouwen die deze ziekte krijgen in de eerste helft van de zwangerschap lopen een iets verhoogd risico op een miskraam. Waterpokken, veroorzaakt door het varicella zostervirus, kunnen in sommige gevallen bij niet-immune zwangere vrouwen afwijkingen veroorzaken aan de ongeboren vrucht, net als een infectie tijdens de zwangerschap met het cytomegalovirus (bij zowel immune als niet-immune zwangeren).

Antistoffen
Onderzoekster Gini van Rijckevorsel wilde weten in hoeverre het werken op een kinderdagverblijf een verhoogd risico geeft op deze infectieziekten. Zij vergeleek het voorkomen van antistoffen tegen deze ziekten in het bloed van de leidsters met dat van vrouwen in de vruchtbare leeftijd uit de populatie van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor. ‘De vergelijking toonde duidelijke verschillen,’ vertelt Van Rijckevorsel. ‘Zo werden antistoffen tegen het parvovirus aangetroffen bij 72% van de leidster en bij 65% van de controlegroep: het verschil zien wij als beroepsgerelateerd. Ook tegen waterpokken en cytomegalie hadden leidsters beduidend vaker antistoffen in het bloed. Daarmee was aangetoond dat werken in een kinderdagverblijf een beroepsgebonden risico met zich meebrengt.’

Kinderwens
‘Wie eenmaal antistoffen tegen waterpokken of de vijfde ziekte heeft, is tegen deze ziektes beschermd,’ zegt Gini van Rijckevorsel, ‘maar dit geldt niet voor het cytomegalovirus dat ook na een eerdere infectie bij de moeder nog schadelijk kan zijn voor het kind. We adviseren dan ook om bij leidsters met een kinderwens vooraf te bepalen of zij nog ontvankelijk zijn voor een van de genoemde infecties, zodat advies op maat gegeven kan worden.’
De onderzoekster hoopt dat haar onderzoek zal bijdragen aan het onderbouwen van een verantwoord arbo-beleid voor leidsters van kinderdagverblijven. Naar implementatie van dit beleid zou een vervolgonderzoek op zijn plaats zijn, vindt zij.

De resultaten van deze studie zijn in juni 2012 gepubliceerd in BMC Public Health.
Meer weten? Gini van Rijckevorsel (onderzoeker), gvrijckevorsel@ggd.amsterdam.nl

10-colofon

Redactie: Freke Zuure – afdeling Onderzoek, GGD Amsterdam, Arnoud Verhoeff – hoofd cluster EDG, GGD Amsterdam, Maria Prins – hoofd afdeling Onderzoek, GGD Amsterdam.
Teksten: Yvonne van Osch, tekstbureau Opschrift – opschrift@tip.nl.
Opmaak: EDG/DIC en Communicatie GGD Amsterdam
Aan- en afmelden voor de nieuwsbrief kan via e-mail fzuure@ggd.amsterdam.nl. Zie www.sarphati.nl voor meer informatie over Sarphati Initiatief, Academische Werkplaats Publieke Gezondheid regio Noord-Holland en Flevoland. Copyright GGD Amsterdam november 2012.
Deze nieuwsbrief is een voortzetting van de ‘Nieuwsbrief Academische Werkplaats Publieke Gezondheid – GGD Amsterdam en AMC.