SOA

Hieronder een greep uit de projecten met betrekking tot seksueel overdraagbare aandoeningen (soa).


MSM & Hetero Netwerkstudies
In dit project wordt de verspreiding van seksueel overdraagbare aandoeningen in kaart gebracht, in relatie tot de mogelijke aanwezigheid van bepaalde subgroepen van seksueel actieven. De gegevens zijn verkregen door middel van vragenlijsten, afgenomen bij bezoekers van de soapolikliniek. Naast vragen over de karakteristieken van de bezoeker aan de soapoli zelf, worden vragen gesteld over de vier belangrijkste recente sekscontacten. Er zijn twee aparte subprojecten, een onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) en een onder hetero’s (bij de laatste groep wordt alleen naar chlamydia gekeken). Bij de MSM is er ook een vragenlijst afgenomen bij 202 hiv-positieve MSM die regelmatig op het AMC gecontroleerd worden. Daarnaast worden de bacteriën getypeerd, om op deze manier de epidemiologische netwerkgegevens te kunnen combineren met de moleculaire relaties. Op dit moment wordt er gewerkt aan de volgende deelprojecten:

  • HIV geïnfecteerde MSM die zichzelf karakteriseren als leer, rubber/lycra, sport of jeans type zijn vaker hepatitis C antistoffen positief dan mannen die zichzelf niet tot deze groepen rekenen. (Amy Matser & Joost Vanhommerig)
  • Hogere Chlamydia trachomatis (CT) prevalentie in etnische minderheden wordt niet altijd veroorzaakt door hoger seksueel risicogedrag. De lagere socio-economische status van Surinaamse en Antiliaanse heteroseksuelen tov autochtone Nederlanders is een betere predictor voor CT dan seksueel risicogedrag wat mogelijk veroorzaakt wordt door verschil in health seeking behavior. (Amy Matser & Nancy Luu)
  • Een analyse waarin the geidentificeerde Chlamydia trachomatis clusters worden gerelateerd aan de epidemiologische karakteristieken van MSM. (Reinier Bom)
  • Een dynamisch seksueel netwerk model waarmee we een seksueel netwerk simuleren van MSM waarin Neisseria gonorrhoeae (NG) en hepatitis C verspreiding plaatsvindt. (Amy Matser)
  • Een statistisch model waarmee we de geidentificeerde N. gonorrhoeae subtypes relateren aan specifieke MSM ontmoetingslocaties. (Amy Matser)
  • Een analyse waarin we de determinanten van inconsistent condoomgebruik bij HIV negatieve en HIV positieve MSM bekijken. (Amy Matser)


Online interventie om het gebruik van Testlab binnen MantotMan.nl te stimulerenVia Testlab op www.mantotman.nl kunnen mannen online een testpakket regelen voor chlamydia, gonorroe, syfilis en hiv. We zijn bezig met het ontwikkelen van een online interventie die SOA testen en NIET hiv testen zal promoten. De barrières voor hiv testen zijn hardnekkig en moeilijk te bestrijden. Aan de andere kant, de barrières voor soa testen zijn een stuk lager, en de argumenten voor testen op soa zijn nog niet veelvuldig gebruikt in preventiecommunicatie. Door de opting-out strategie van Testlab zullen mannen ook op hiv testen als ze voor SOA onderzoek Testlab gebruiken. De interventie heeft drie doelstellingen:
1. Het creëren van het besef dat soa zeer gemakkelijk overdraagbaar zijn.
2. Het creëren van het besef dat de overdracht van soa niet altijd effectief geëlimineerd wordt door condoomgebruik.
3. Het creëren van het besef dat het verloop van seksueel overdraagbare infecties niet altijd symptomatisch gaat.
De interventie zal op effect geëvalueerd worden met behulp van een randomized controlled trial.
Udi Davidovich, GGD Amsterdam

Moleculaire epidemiologie van bacteriële soa
Algemene doelstelling: In kaart brengen van infectiepatronen van bacteriën die soa veroorzaken met behulp van moleculaire typering.
Sylvia Bruisten, GGD Amsterdam

Chlamydia trachomatis in de keel, infectie of tijdelijke kolonisatie?In een prospectieve studie wordt gekeken naar het natuurlijk beloop van C. trachomatis aanwezigheid in de keel. Bij persistentie langer dan 3 weken lijkt er indicatie voor behandeling.
Henry de Vries, GGD Amsterdam

Kosteneffectiviteitanalyse (KEA) van syndromale diagnostiek als hulpmiddel voor tijdige behandeling van soa
Vroeg diagnostiek is een hoeksteen in de bestrijding van soa. Hiermee wordt de infectieketen direct doorbroken, vrij veilig boodschappen werken optimaal en “no shows” worden tot een minimum beperkt. De syndroomdiagnosen niet specifieke urethritis, -proctitis, cervicitis, syfilis, gonorroe, epididimitis, en pelvic inflammatory disease worden op basis van retrospectief verzamelde data in een kosten-effectiviteitsanalyse geëvalueerd in samenwerking met KIT biomedical research.
Henry de Vries, GGD Amsterdam

Geno-epidemiologie C. trachomatis in Amsterdam en Paramaribo
Chlamydia positieve monsters verzameld bij patiënten in Paramaribo en Amsterdam zullen met behulp van moleculaire sequence technieken worden gegenotypeerd. Op basis van het reisgedrag van de deelnemers wordt gekeken in hoeverre het netwerk tussen de 2 steden overlapt. Dit heeft consequenties voor gezamenlijke bestrijding van chlamydiasis in Suriname en Nederland.
Henry de Vries, GGD Amsterdam

Cephalosporine resistente N. gonorrhoeae
De eerste keuze behandeling bij gonorroe is de klasse 3e generatie cephalosporine antibiotica. Stammen die verminderd gevoeligheid zijn voor deze klasse worden in toenemende mate gevonden onder poli bezoekers. Het lijkt hierbij te gaan om een netwerk gebonden verspreiding onder de hoog risico MSM populatie. Daarnaast zijn deze cephalosporine verminderd gevoelige stammen resistent voor meerdere overige klassen antibiotica. De gevonden verminderde gevoeligheid voor cephalosporine is vastgesteld o.b.v. de MIC waarde, een in vitro resistentie bepaling. Het optreden van klinisch therapiefalen bij cephalosporine gebruik zal worden bewaakt door middel van een surveillance systeem dat door de WHO is opgezet.
Carolien Wind, AMC / GGD Amsterdam

Anaal spoelen onder MSM en de associatie met soa
In een prospectieve naar risico factoren voor LGV proctitis is een zeer sterke associatie met anaal spoelen voorafgaand aan receptief anaal contact aan het licht gekomen. Uit het homocohort blijkt anaal spoelen onder MSM zeer veelvuldig voor te komen (20-30% van de ondervraagden). In een prospectief onderzoek onder alle MSM bezoekers van de soa polikliniek zal anaal spoelgedrag in kaart worden gebracht en associaties met aangetoonde soa worden onderzocht.
Henry de Vries, GGD Amsterdam

De bijdrage van pharyngeale N. gonorrhoeae infectie aan de verspreiding van N. gonorrhoeae in MSM
We ontwikkelen een wiskundig model waarmee we de bijdrage van de verschillende infectie locaties (pharynx, anus en urethra) aan de verspreiding van N. gonorrhoeae (NG) berekenen.
Amy Matser, Maarten Schim van der Loeff, Henry de Vries (GGD Amsterdam), Mirjam Kretzschmar (Julius Centrum)

Vaginale kruidenbaden en gels en soa transmissie
Toepassing van vaginale kruidenbaden is een wijdverbreid fenomeen onder Surinaamse vrouwen. Reden van toepassing zijn zeer divers maar voornamelijk vanwege de gezondheid en tegen kleine kwaaltjes. Het is onbekend of de toepassing van kruidenbaden de vatbaarheid voor soa verhoogd. In samenwerking met de stichting Lobi in Paramaribo zal met behulp van moleculair genetische detectie analysen prospectief het effect van kruidenbaden op de vaginale flora worden bestudeerd. In een zelfde opzet zal bij vrouwelijke bezoekers van de soaA poli het effect van commerciële hygiëneproducten voor de vagina worden onderzocht.
Jannie van der Helm, GGD Amsterdam

Vaginaal microbioom en seksuele gezondheid
De vaginale flora kan op diverse manieren verstoord worden en indien dat gebeurt, is een vrouw vatbaarder voor bacteriële vaginose, PID, maar ook voor het oplopen van soa’s. Het belang om kennis te ontwikkelen op het gebied van vaginale microflora en de bewustwording op dit gebied bij vrouwen én mannen kan bijdragen tot seksuele gezondheid van de bevolking en verminderde verspreiding van soa. Bij de deelnemers van het Chlamydia Screenings Implementatie (CSI) project zullen de non-infectieuze microbiële componenten in de vagina geïdentificeerd worden. Dit zal gebeuren met behulp van 16S rRNA typering door middel van next generation sequencing. Hierna kan vastgesteld worden wat de relatie is tussen de samenstelling van deze componenten in de vaginale flora en het oplopen en persisteren van chlamydia. Dit zal gebeuren in samenwerking met prof. Van Der Pol, School of Public Health, Indiana University.